Heelal-rubriek februari 2012februari 2012 Eos |
|
![]() |
Nieuws - Vuurwerk in Melkwegkern in zomer 2013
Nieuws - Geen water nodig voor Marsgeulen
Nieuws - Kalenderhervorming?
Planeten
Kalender
(Gegevens ontleend aan Jaarboek sterrenkunde 2012 , Govert Schilling, Fontaine Uitgevers, Hilversum.)
Met de Europese Very Large Telescope in Chili is een gaswolk ontdekt die met hoge snelheid op het zwarte gat in de kern van het Melkwegstelsel afstevent. De ijle wolk heeft een afmeting van tientallen miljarden kilometers en een massa van enkele aardmassa’s. Zijn huidige snelheid bedraagt ruim acht miljoen kilometer per uur. De verwachting is dat hij midden 2013 op een afstand van ‘slechts’ veertig miljard kilometer langs het zware zwarte gat in de Melkwegkern zal scheren en daarbij uiteengerukt zal worden door de getijdenkrachten. Een deel van de wolk zal vermoedelijk het zwarte gat in vallen, met energierijke röntgenuitbarstingen als gevolg.
Onderzoek door Nederlandse aardwetenschappers, onder leiding van Maarten Kleinhans van de Universiteit Utrecht, wijst erop dat voor het ontstaan van de geulen die in de wanden van veel hellingen op Mars te zien zijn, geen water nodig is geweest. Kleinhans en zijn collega’s hebben metingen onder de geringe Marszwaartekracht verricht aan boord van een onderzoeksvliegtuig van de TU Delft. Volgens de aardwetenschappers lijkt het er op dat onder lagere zwaartekracht de inwendige wrijving van korrelachtig materiaal laag genoeg is om zonder smeermiddel een flauwe helling af te schuiven.
Wetenschappers van de Johns Hopkins University in Baltimore hebben een nieuw kalendersysteem bedacht waarin data permanent gekoppeld zijn aan weekdagen. Dat zou op veel financieel-economische terreinen tot grote besparingen kunnen leiden, denken ze. De ‘Hanke-Henry Permanent Calendar’ telt 364 dagen; eens in de paar jaar moet een ‘schrikkelweek’ worden ingelast.
In oktober 2011 was het 50 jaar geleden dat de Utrechtse sterrenkundige Kees de Jager met een werkgroep een aanzet gaf tot het ‘wetenschappelijk ruimteonderzoek’ in Nederland. SRON – voortgekomen uit onder andere deze werkgroep – viert dit met de lancering van de website www.sron.nl/50jaar, een ‘canon’ van het Nederlandse ruimteonderzoek. Aan de hand van vijf toptienlijstjes schetst de nieuwe site een kernachtig beeld van de beeldbepalende Nederlandse pioniers, de wetenschappelijke doorbraken, de invloedrijkste experimenten, de sleuteltechnologieën en de grote nog openstaande wetenschappelijke vragen.
Mercurius is alleen laatste paar dagen van de maand met enige moeite te zien, tijdens de avondschemering, laag boven de westelijke horizon.
Venus is een opvallende verschijning aan de avondhemel. Vanaf het invallen van de schemering tot halverwege de avond is hij zichtbaar als een zeer heldere ‘ster’ aan de westzuidwestelijke hemel.
Mars komt in de eerste helft van de avond op en is vervolgens waarneembaar tot het aanbreken van de ochtendschemering. De rode planeet bevindt zich in het Dierenriemsterrenbeeld Leeuw.
Jupiter bevindt zich in het zuidelijk deel van het kleine sterrenbeeld Ram. De reuzenplaneet staat rond zonsondergang hoog aan de hemel, en verdwijnt rond middernacht onder de westelijke horizon.
Saturnus is alleen in de tweede helft van de nacht te zien. De geringde planeet staat in het sterrenbeeld Maagd, niet ver van de heldere ster Spica. Rond het aanbreken van de ochtendschemering moet hij hoog aan de zuidelijke hemel worden gezocht.
Boven je hoofd Pal in het zenit staat het zwakke sterrenbeeld Lynx, dat alleen op een donkere, maanloze nacht zichtbaar is. Veel opvallender zijn de sterren Castor en Pollux in het sterrenbeeld Tweelingen, en Capella in de Voerman.
In het oosten Het Dierenriemsterrenbeeld Leeuw prijkt boven de oostzuidoostelijke horizon. De omringende sterrenbeelden (Haar van Berenice, Kleine Leeuw, Kreeft en Sextant) zijn veel minder opvallend. Het lichaam van de Leeuw wordt ook wel het Lentetrapezium genoemd.
In het zuiden De heldere witte ster Sirius in het sterrenbeeld Grote Hond bereikt zijn hoogste stand boven de zuidelijke horizon. Linksboven Sirius is Procyon te vinden, de hoofdster van de Kleine Hond, en rechtsboven Sirius staat het wintersterrenbeeld Orion. Veel hoger aan de hemel zijn de Tweelingen te vinden.
In het westen Boven de westzuidwestelijke horizon is de vijfhoekige kop van het sterrenbeeld Walvis te zien; daarboven staat het Zevengesternte, met links daarvan de oranje ster Aldebaran in het sterrenbeeld Stier. Andromeda staat hoog boven de westnoordwestelijke horizon.
In het noorden De Grote Beer klimt omhoog in het noordoosten, terwijl het W-vormige sterrenbeeld Cassiopeia in het noordwesten juist steeds lager komt te staan. Het ‘huisje’ van het sterrenbeeld Cepheus staat rechtop, met de punt omhoog. Laag in het noordnoordwesten fonkelt de zomerster Deneb.
© Govert Schilling
Links: