liesbeth:
Als men er vanuit gaat dat het heelal is ontstaan na de oerknal betekend het dus dat het heelal 13,7 niljard jaar geleden zeer klein was kleiner dan een atoom. Hoe kan het dan dat we sterrenstelsels kunnen zien op een afstand van meer dan 13 miljard lichtjaar. 13 miljard jaar geleden was het heelal dan toch nog veel te klein om al zo ver van ons verwijderd te zijn. maar zelfs als dit wel zo is dan zouden we op zijn minst de andere kant uit de rand vahet heelal moeten zien. of begrijp ik er helemaal niets van?
| Antwoord: |
De echte uitleg is te lang om hier in te passen, dus zoek eens op in een basisboek over kosmologie. Zeer kort door de bocht, dit: [1] Uitdijing van het Heelal betekent NIET dat de materie wegvliegt door een reeds bestaande ruimte. Het is de ruimte zelf die verandert: in de loop van de tijd komt er steeds meer ruimte bij. De uitspraak "kleiner dan een atoom" is dus zinloos; er is niet zoiets als "de grootte van het Heelal". Ook "de rand van het Heelal" bestaat niet. [2] Vroeger was er dus minder ruimte en tijd dan nu. [3] 13.7 miljard jaar geleden was er geen ruimte en geen tijd. [4] Omdat de lichtsnelheid de grootst mogelijke snelheid is, betekent uitkijken in de ruimte: terugkijken in de tijd. [5] Hoe verder we weg kijken, hoe minder ruimte er bij komt door nog verder te kijken. Kijken we 13.7 miljard jaar terug, in een willekeurige richting, dan "zien" we verder niets; dat heet een "horizon". |
| Door: | Vincent Icke, Sterrewacht Leiden |